Sprookjes over gelijkheid

Strafrechtadvocaat Natacha Harlequin verdedigt vanuit diepe overtuiging haar cliënten die van zware misdaden worden verdacht. Veel criminaliteit valt te voorkomen als we ‘eerder en eerlijker met kinderen praten hoe de samenleving in elkaar zit’ , stelt ze.

Strafrechtadvocaat Natacha Harlequin moet voorafgaand aan het interview onverhoopt langer in de rechtbank blijven. “Mijn excuses […] Het is nu bijna elke dag zo”, smst ze. Geen werkdag is voor haar hetzelfde. Als ze even later binnenkomt, oogt ze opgewekt. De onvoorspelbaarheid, de kans dat er elk moment een cliënt een beroep op je kan doen – het hoort er nu eenmaal bij, knikt ze. “Ik ga mijn man en kind niet vragen om ‘s avonds met eten te wachten totdat ik er ben. Dat heeft helemaal geen zin.” Thuis is het begrip groot: ook Harlequins echtgenoot is strafrechtadvocaat. Samen runnen ze het advocatenkantoor Taekema Harlequin Advocaten.

In uw werk krijgt u heftige verhalen mee: uw cliënten worden verdacht van moord, geweld, drugshandel, oplichting, zedendelicten en nog veel meer. Hoe houdt u zich in daarin staande?

“Iedereen verdient juridische bijstand. Vanuit die overtuiging doe ik dit werk al jaren. Ik zie cliënten op een van de meest kwetsbare momenten in hun leven. Zodra iemand is opgepakt, trekken sommige familieleden en vrienden zich terug. Ik ben meestal de enige op wie ze kunnen terugvallen.
Wat mensen ook hebben gedaan, ik verdedig ze allemaal. Ik heb cliënten bijgestaan die vanuit extremistische overtuigingen strafbare feiten hebben gepleegd, cliënten die soms de vreselijkste dingen hebben gezegd over mensen met mijn huidskleur. Maar in een strafproces gaat het er niet om wat ik hier zelf van vind, maar dat ze juridische bijstand krijgen en die bied ik.”

Hoe helpt u dan bijvoorbeeld?

“De meeste cliënten moet ik stap voor stap uitleggen hoe een juridisch proces verloopt. Ze hebben vaak geen idee. Ze zijn meestal erg geëmotioneerd en vragen voortdurend om mijn aandacht. Ik moet cliënten soms een beetje opvoeden en zeggen dat ze mij alleen middenin de nacht mogen bellen of sms’en als het echt urgent is.
Als strafrechtadvocaat heb ik een adviserende rol. Ik zeg niet wat cliënten moeten doen. Dat beseffen omstanders niet altijd. Ze denken dan: dat moet die cliënt zeker van zijn advocaat zeggen, maar dat klopt niet. Ik vertel aan cliënten waarom het vanuit juridisch oogpunt beter is om in een bepaald geval iets te zeggen of juist te zwijgen. Vervolgens kiest de cliënt wat te doen en die beslissing respecteer ik. Ik ga daar dan niet meer over in discussie.”

Waarom bent u dit werk gaan doen?

“Als kind keek ik ontzettend graag met mijn vader naar Matlock, een populaire advocatenserie in de jaren negentig. De hoofdpersoon was altijd bereid een stapje verder te gaan om zo het onderzoek vooruit te helpen. Mijn vader kon veel vertellen over het rechtswezen: als vrijwilliger bezocht hij gearresteerden op het politiebureau. Zo raakte ik steeds meer geboeid door de vraag hoe je verdachten goed bijstand kunt bieden.
harlequin 5Dat willen bijdragen aan rechtvaardigheid zit diep in mij. Ik voel me hierin gesteund door het geloof, dat ik van huis uit heb meegekregen. Christelijke basisbeginselen als ‘Wie goed doet, goed ontmoet’ en ‘Wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’ zijn voor mij tot op de dag van vandaag leidend en probeer ik ook aan onze zoon mee te geven.”

U was onder meer advocaat van de verdachte die het 16-jarige meisje Humeyra doodschoot, een zaak die veel media-aandacht kreeg.

“Zulke zaken liggen zeer gevoelig. Welke ruimte je ook aan nabestaanden geeft en welke begeleiding je ook biedt, het zal nooit genoeg zijn. Je krijgt de overleden persoon er niet mee terug.
In mijn ervaring komen mensen gedurende een strafproces niet tot verwerking. Elke mededeling in het proces zorgt weer voor pijn of woede, of een combinatie van beide. Wat wij doen in de rechtbank, betreft puur de juridische beoordeling en afwikkeling van een vermeend strafbaar feit.
Ik weet dat veel mensen dit liever niet horen. Vaak hoor ik slachtoffers of nabestaanden zeggen dat alles mogelijk anders zal zijn als ze in de zittingszaal de verdachte maar in de ogen hebben kunnen kijken of hun verhaal hebben kunnen doen. Maar dat is niet zo, heb ik gemerkt. De verwerking komt daarna pas. Van vergeving is al helemaal geen sprake. In de zittingszaal is alles nog rauw. Wraakgevoelens voeren de boventoon.
Daarom is het extra belangrijk dat zo’n proces met respect voor alle betrokkenen plaatsvindt. Maar ik zie dat er steeds meer agressie de zittingszaal inkomt. Rechters toeschreeuwen, gooien met stoelen, vechten in de zittingszaal – ik zie het steeds vaker en ik vind het niet juist. Mensen reageren sneller agressief, aan welke kant ze ook staan.”

Waar komt die agressie vandaan?

“Het is tekenend voor deze tijd, ben ik bang. Het lukt mensen minder goed om hun oordeel uit te stellen, ze hebben altijd direct een mening klaar. Het woord ‘verdachte’ stelt in deze tijd nauwelijks nog iets voor. Denk aan Ridouan T., die eind 2019 naar Nederland werd overgebracht. Iedereen was blij, hoorde ik overal. In de media werd gezegd dat ‘deze misdadiger’ eindelijk gepakt was. Ik kijk daar op zo’n moment anders naar. Die man had nog geen rechter gezien. Toch was hij door de samenleving al veroordeeld.
Daarom adviseer ik cliënten ook weleens om niet direct de omgeving te informeren. Tegen jongeren die net zijn aangehouden, heb ik bijvoorbeeld gezegd: wacht maar even je school of stageplek te vertellen wat er is gebeurd, want de school gaat je mogelijk schorsen en je stageplek stopt waarschijnlijk je overeenkomst. Het maakt niet uit dat er dan nog helemaal niets bewezen is. Voor hen ben je al schuldig. Natuurlijk is er ook een alternatief. Je kunt als omstander best zeggen: ik reageer nog even niet, want het is nog niet bekend hoe het precies zit. Maar dat gebeurt meestal niet. Ik zie cliënten hun baan verliezen en familie kwijtraken. Het oordeel van de omgeving is soms zwaarder dan dat van de rechter. De straf van de rechter kun je immers uitzitten, terwijl het oordeel van de omgeving je de rest van je leven kan achtervolgen.”

Kan het onderwijs meer doen in het voorkomen van criminaliteit?

“Crimineel gedrag komt over het algemeen voort uit een complex samenspel van omstandigheden. Dat kun je als school niet even oplossen en dat hoeft ook niet. Er heerst een mythe dat scholen alle misstanden in de samenleving kunnen verhelpen, alsof leraren een soort superwezens zijn.
Let gewoon op waar jongeren mee bezig zijn. Als je leerlingen ziet met veel spullen van dure merken, vraag er dan naar. Bij elkaar genomen hebben ze soms voor duizenden euro’s aan. Dat spaar je niet met een bijbaantje bij elkaar. Dan is het vaak gewoon foute boel.
Jongeren krijgen zulke goederen vaak in ruil voor criminele klussen. De grotere jongens vragen hen wat ze willen hebben. ‘Wil jij zo’n merktas van een paar duizend euro? Prima, dan hoef je alleen maar dit of dat voor me te doen.’ Voor die grotere jongens betekent zo’n tas niets. Die hebben dat allemaal al gehad. Die zijn allang door naar de gouden horloges, de auto’s en huizen.
Sociale media helpen niet. Daar zien kinderen steeds allerlei luxe voorbij komen, waardoor ze gaan denken dat het normaal is om veel geld te hebben. Lil’ Kleine had op Instagram bijvoorbeeld foto’s van zijn pasgeboren kind in merkkleding geplaatst. Tegen mijn zoon heb ik moeten uitleggen dat zoiets niet gewoon is, dat de meeste mensen zich zulke kleding niet kunnen veroorloven.”

Zouden scholen leerlingen weerbaarder kunnen maken?

“Ik denk dat we eerder en eerlijker met kinderen kunnen spreken over hoe de samenleving in elkaar zit. De samenleving is minder veilig dan we denken en kinderen moeten leren daar rekening mee te houden. We noemen het ‘schandalig’ als een meisje ’s nachts wordt verkracht nadat ze van haar fiets is getrokken. Dat is het ook, maar het is opmerkelijk dat het niet vaker gebeurt: als je op een fiets zit, ben je namelijk heel kwetsbaar. Iemand hoeft je alleen maar een duwtje te geven en dan lig je. Een dader hoeft er alleen nog maar bovenop te springen.
Ook moeten we geen sprookjes vertellen over gelijkheid. De samenleving behandelt niet iedereen op dezelfde manier, heb ik vaak genoeg gemerkt: als Mohammed uit een achterstandsbuurt wordt opgepakt, dan heeft dat andere gevolgen dan als Pieter van hoogopgeleide ouders in de politiecel belandt. Je achtergrond en huidskleur maken verschil. Dat is niet eerlijk nee, maar als je dit soort kwesties open en feitelijk met kinderen bespreekt, dan zou dat helpen, denk ik. Je moet ze niet bang maken, maar helpen om zelfverzekerder over straat te gaan.”

 Uw moeder was leerkracht op een basisschool. Hoe was dat?

“Ik zat zelfs twee jaar lang bij mijn moeder in de klas. Ze maakte altijd een heldere scheiding tussen de wereld van school en die van thuis. Op weg naar school liepen we samen op en dan was ze mijn moeder, maar zodra het schoolhekje achter ons dichtviel – ik herinner me nog hoe dat klonk – dan was ze mijn juf en noemde ik haar ook ‘juf’. Dan hoefde ik niets meer te vragen over thuis. Als ik dan mijn gymschoenen of zendingsgeld was vergeten, dan had ik pech gehad. Ze behandelde me net als alle andere leerlingen. Mijn vader moest zelfs voor het tienminutengesprek naar school komen. Mijn moeder had geen zin om dat thuis te doen.
Ik vond haar aanpak heel prettig. Het gaf me veel duidelijkheid. Door mijn moeder heb ik nog altijd moeite met mensen die zeggen dat leraren ‘lekker veel vakantie’ hebben. Ik heb zelf gezien hoe het onderwijs mijn moeder kon opslokken. Ze had nooit zes weken zomervakantie, want na vier weken zat ze met haar hoofd alweer bij school. Dat gold ook voor haar collega’s. Zulke toewijding zie ik ook nog steeds bij de leraren van ons kind.”

Wat zou u tegen leraren van vandaag de dag willen zeggen?

“Een school kun je vergelijken met een zittingszaal of een kerk. Het is niet de openbare ruimte, maar een speciale plek, met eigen regels voor hoe je met elkaar omgaat. Daar heb jij jouw rol te vervullen. Dat doe je vanuit je professionaliteit en anderen dienen dat te respecteren. Daar staat een verantwoordelijkheid tegenover. Net als een leraar kan ik als advocaat niet zeggen: vandaag geef ik mijn stokje even aan de buurvrouw. Het werk vraagt om volledige inzet.
Leraren mogen daarom best meer respect voor hun werk opeisen. Ze zijn soms bijna verontschuldigend over maatregelen die ze op school nemen. Niet doen, zou ik ze willen zeggen, sta voor je beslissingen. Jij bent de professional. Verkoop ook gewoon eens nee aan die ouders en leerlingen. Dat doe ik ook in mijn werk. Ik moet dagelijks nee zeggen tegen mijn cliënten. Dan wil ik best uitleggen waarom, maar mijn antwoord blijft hetzelfde. Als professional verdien je het dat er dan naar je wordt geluisterd.”

PASPOORT

Geboren: op 7 augustus 1973 te Delft in een gezin met één kind
Schoolloopbaan: als kind zat Natacha Harlequin op een christelijke basisschool in het Westland, waar haar moeder leerkracht was. Ze studeerde Rechten aan de Universiteit Leiden.
Werkcarrière: in 2002 is Harlequin beëdigd als advocaat. Ze werkte voor de advocatenkantoren van Britta Böhler en Piet Doedens. In 2007 begon ze met haar partner Taekema Harlequin Advocaten, gevestigd in Den Haag. In 2018 won ze de Cicero Jaarprijs, een landelijke debatprijs, en in 2019 werd ze verkozen tot Legal Woman of the Year.
Privé: getrouwd en één kind, een zoon van tien.
Opvallend: in 2017 belde Harlequin naar eigen zeggen de redactie van het talkshowprogramma Pauw met de boodschap dat er wel degelijk vrouwelijke juristen bestaan die deskundig over het recht kunnen praten. “Hier ben ik, stop mij in uw kaartenbak.” Haar opzet slaagde en inmiddels is Harlequin een vertrouwde gast bij onder meer Ladies Night, M en De Wereld Draait Door.
Schokkend: na het racismevoorval tijdens de wedstrijd FC Den Bosch-Excelsior in november 2019 hoorde Harlequin dat haar zoon ook geregeld racistische opmerkingen naar zijn hoofd krijgt. “Ik werd echt even stil, ik wist dat niet. Elke week zegt er wel iemand ‘k-Surinamer’ tegen hem of ‘Jij hebt een huid als poep’,” vertelde ze in Ladies Night. Harlequin pleitte voor meer tolerantie en empathie. “Erken dat je niet kunt voelen wat anderen voelen, maar dat je wel kunt meevoelen met anderen. Zeg: ‘Ik heb empathie, ik steun je, ik gééf om jou’.”

 

Door Winnifred Jelier. Fotografie: Arenda Oomen.

Verschenen bij onderwijstijdschrift Op Adem, februari 2020.